Werken zonder Wajong met arbeidshandicap is (on)mogelijk

Submitted by Marianne Dijkshoorn on Wed, 23/11/2016 - 22:07

Vol spanning open ik een e-mail van een bedrijf waar ik gesolliciteerd heb.
Eigenlijk ben ik niet echt op zoek naar werk, maar toch…
Ik vond deze vacature speciaal voor mensen met een arbeidshandicap. Twee dagen werken naast mijn onderneming, dat zou niet verkeerd zijn.

Al snel na het inzenden van mijn brief ontving ik een uitnodiging voor een gesprek. Na een zeer goed gesprek ontving ik deze email. “Bedankt voor je goede sollicitatie. Je hebt zeker de ervaring en kwaliteiten die wij zoeken, maar wij zien geen mogelijkheid je in dienst te nemen of freelance voor ons te laten werken.”

Teleurstelling, woede en verdriet overheerst. Dit soort mails ontvang ik nu al zo een zes jaar na het afronden van mijn studie. De reden: ik heb geen Wajongindicatie, omdat ik volgens het UWV boven het minimumloon kan verdienen en ja, ik kan gelukkig 40 uur per week werken ondanks mijn aandoening ‘Ataxia Vitamin E Deficiency’.

Ik kan het UWV zeker gelijk geven in het gedeelte ‘boven het minimumloon verdienen’, maar werkgevers denken daar toch echt anders over. Zij zien massaal een dame die wiebelend op haar benen staat en dat brengt risico’s met zich mee. Zij vragen zich af: “Wat als ze valt op de werkvloer en schade toebrengt?” of “ Wie betaalt er als zij uitvalt door haar ziekte?” of “Hoe vaak is zij dan ziek?”.

Werkgevers zien mij als arbeidsongeschikt. Ik vraag me af of dat komt door de vooroordelen over mijn beperking. Volgens het UWV ben ik niet arbeidsongeschikt. De vraag is wie er gelijk heeft en hoe arbeidsongeschikt ik ben.

Voor mij is er een tweestrijd. Enerzijds heb ik het gevoel dat ik geen Wajongindicatie nodig heb, want ik kan prima functioneren zonder. Anderzijds was een Wajongindicatie een uitkomst geweest, omdat ik daarmee meer kans had gehad op werk.

Werkgevers geven de voorkeur aan Wajongeren vanwege de bijbehorende voordelen. Dit heeft al geleid tot een ware run op deze doelgroep, ook wel ‘Wajongjacht’ genoemd. Voordelen voor werkgevers zijn onder andere: loonkostensubsidie, loondispensatie, no-riskpolis, proefplaatsing, jobcoach en een vergoedingvoor niet-meeneembare aanpassingen op de werkplek of in het bedrijf.

Voor ik begon als freelancer, ging ik van de ene tijdelijke functie naar de andere, met tussendoor steeds WW. Ook deed ik veel vrijwilligersfuncties, om maar ervaring op te doen. Voor een dertigjarige heb ik inmiddels een behoorlijk CV waar geen kleine functies opstaan. Ik heb functies vervuld zoals: projectleider, locatiemanager en vrijwilligerscoördinator.

Alle moeite ten spijt, ik heb nog altijd geen baan gevonden waar ik vanaf dag 1 wist dat ik er mogelijk jaren kon blijven. Het waren allemaal projecttrajecten van enkele maanden. Dat het me nooit is gelukt een vaste(re) baan te vinden, komt volgens mij door mijn beperking en de vooroordelen van werkgevers. Werkgevers willen wel iemand met een beperking in dienst nemen, maar alleen als diegene een Wajongindicatie heeft met de bijbehorende voordeeltjes. Als je dat niet hebt… pech. Dan kiest de werkgever voor degene die wel de juiste Wajongstatus heeft.

Ik ben gek genoeg niet de enige die door het ontbreken van een Wajongindicatie lastig aan werk komt. De personen met een arbeidsbeperking zijn volgens mij in drie groepen te verdelen. Ook in de Position Paper Quotumwet wordt dit vermeld.

Groep 1: Personen met een Wajong-indicatie met minder snel denkvermogen /lagere arbeidssnelheid/veel begeleiding nodig. Vaak vallen de beperkingen van deze doelgroep in de categorie zwaar.

Groep 2: Personen met een Wajongindicatie met een opleiding en een matige beperking. Zij tellen ook mee voor de participatiewet en zijn daardoor interessant voor veel werkgevers. Deels, doordat iemand die o.a. boven het minimumloon gaat verdienen niet meer aan de doelgroepcriteria voldoet en daarmee de registratie eindigt in het doelgroepregister met ingang van 31 december van het tweede kalenderjaar, volgend op het jaar waarop iemand niet meer aan de doelgroepcriteria voldoet. Dit betekent dat de persoon in ieder geval nog twee jaar in het register blijft staan, en dat deze persoon nog twee jaar blijft meetellen voor de banenafspraak, nadat geconstateerd is dat hij/zij niet meer aan de doelgroepcriteria voldoet.

Onder groep 1 en 2 vallen de mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Groep 3: Mensen met lichte arbeidshandicap en vaak een hoog opleidingsniveau. Deze mensen hebben veelal geen uitkering, of vallen soms gedeeltelijk onder de WIA. Op het moment dat deze doelgroep gaat werken, kunnen zij veelal zelfstandig het wettelijk mimimum loon (WML) gaan verdienen, hierdoor tellen zij niet mee in het quotum. Gevolg van deze effecten is dat deze doelgroep die al geen uitkering heeft of onder de WWB vallen daardoor niet in aanmerking komen voor werk en hun afstand tot de arbeidsmarkt behouden. Dit zijn naar schatting 1 miljoen mensen.

De politiek herkent dit probleem niet en blijft vol inzetten op de 100.000 banen en die personen bevinden zich voornamelijk in groep 1. De 100.000 banen is een banenafspraak waarbij werkgevers hebben beloofd aan de overheid en werkgeversorganisaties te zorgen voor 100.000 werkplekken voor mensen met een Wajongindicatie. Deze afspraak is onderdeel van het Sociaal Akkoord, en vastgelegd in de Participatiewet die sinds 1 januari 2015 geldt.

Veel werk van lager niveau is de laatste jaren geautomatiseerd en daardoor zijn veel arbeidsplaatsen vervallen. Hierdoor moeten werkgevers echt hun best doen om mogelijkheden te creëren voor de doelgroep die onder de 100.000 banen vallen (Groep 1 en deels 2).

Ook belanden veel personen uit Groep 2 op de uiteindelijk gevonden functies. Deze personen raken ongelukkig van het werken onder hun niveau, vallen daardoor uit en belanden weer in de uitkeringscyclus.

Groep 3 is en blijft buiten beeld want zij vallen niet onder de criteria van de quotumwet. Veel mensen uit deze groep willen graag werken, maar vinden weinig mogelijkheden door de ‘Wajongjacht’. Velen van hen gaan uit nood freelance werken. Bij deze groep behoor ik.

Zelf had ik ook niet verwacht om zo jong ondernemer te worden, maar de zoveelste teleurstelling op werkgebied gaf mij geen keus. Vandaar dat ik tweeënhalf jaar geleden met mijn bedrijf ‘Welkom Toegankelijkheid & Evenementen’ begonnen ben.

Nu tweeënhalf jaar later is ondernemen misschien wel mijn beste keuze ooit. Door mijn onderneming ‘Welkom Toegankelijkheid & Evenementen’ heb ik mijn ‘droombaan’ gevonden: evenementenorganisator van A tot Z en mag ik voor Disability Studies in Nederland gemiddeld elke vier maanden het ‘Scholingsprogramma’ organiseren en dat voelt heel goed. Graag wil ik nog veel meer van dit soort A tot Z opdrachten gaan organiseren en daarmee een nog succesvollere onderneming krijgen, dat is mijn droom waar ik voor ga.

Marianne Dijkshoorn is organisator van het DSiN-UWV scholingsprogramma

Lees de vorige blog: What surprised you the most?

Lees de volgende blog: Erbij horen? Of toch niet?